Intro Object Oriented Programming
Welkom bij Week 1 van Programmeren II. Deze week leer je de fundamenten van Object Georiënteerd Programmeren (OOP) en hoe je deze concepten kunt toepassen in Python.
Lesdoelen
Les A: OOP Fundamentals
- De student kan verschillen tussen procedureel programmeren en OOP uitleggen.
- De student kan de onderdelen van OOP benoemen (class, object, attributen, methode, constructor).
- De student kan in de basis uitleggen wat deze onderdelen zijn.
Les B: OOP in de Praktijk
- De student kan objecten aanmaken.
- De student kan de Constructor in een class aanpassen.
- De student kan een methode toevoegen aan een OOP class.
Leeruitkomsten van dit vak
Lessen deze week
Wat is OOP?
Ontdek Object Georiënteerd Programmeren: wat het is, waarom het wordt gebruikt, en de belangrijkste termen.
OOP Begrippen
Klasse, Object, Attributen en Methoden - de bouwstenen van OOP.
OOP in Python Code
Van theorie naar praktijk: leer hoe je classes, constructors, attributen en methoden schrijft in Python.
Objecten Maken
Maak je eigen objecten aan en werk met attributen en methodes.
Snelle navigatie
Belangrijk
Chatbots gebruiken mag. Gebruik het om feedback te krijgen op code of om een concept uit te leggen, niet om opdrachten te laten maken.
Praktische informatie
Dit vak heeft alleen werkcolleges. Studiebelasting = 140 uur (meer dan de helft, 75 uur = zelfstudie). 3 uur les → minstens 3 uur zelfstudie! Zelfstudie staat altijd vermeld op Brightspace. Toetsen: Remindo.