Voortgang Week 1
Les 5 Week 1

Objecten Maken

Maak je eigen objecten aan en werk met attributen en methodes.

Lesdoelen Les B

Lesdoelen

  • De student kan objecten aanmaken.
  • De student kan de Constructor in een class aanpassen.
  • De student kan een methode toevoegen aan een OOP class.

Complete Hond Class

Python
class Hond:
    def __init__(self, naam, hoogte, gewicht):
        self.naam = naam
        self.hoogte = hoogte
        self.gewicht = gewicht
        self.energie_level = 100

    def ren(self):
        if self.energie_level >= 20:
            self.energie_level -= 20
            return f"{self.naam} rent vrolijk! Energie level: {self.energie_level}"
        else:
            return f"{self.naam} is te moe om te rennen."

# Objecten aanmaken
hond_bella = Hond("Bella", 70, 28)
hond_kees = Hond("Kees", 40, 25)

Key Points

  • Je maakt objecten aan met: variabele = Klasse(argumenten)
  • Attributen opvragen: object.attribuut
  • Methodes aanroepen: object.methode()
  • Elk object heeft eigen waarden voor attributen
  • energie_level start op 100 bij nieuwe objecten

Test je kennis

1. Hoe vraag je de naam op van hond_bella?

class Hond: def __init__(self, naam): self.naam = naam def blaf(self): print("Woof!") Definitie bella naam="Bella" kees naam="Kees" bella = Hond("Bella") kees = Hond("Kees") Aanmaken
Van klasse-definitie naar objecten aanmaken
Ahond_bella[naam]
Bhond_bella.naam
CHond.naam
Correct! Je gebruikt punt-notatie: object.attribuut
Het juiste antwoord is B: hond_bella.naam

2. Wat is het energie_level van een nieuwe hond?

A0
B50
C100
Correct! In de constructor staat: self.energie_level = 100
Het juiste antwoord is C: 100 (zie constructor)

3. Hoeveel energie verliest een hond per keer rennen?

A20
B10
C50
Correct! self.energie_level -= 20
Het juiste antwoord is A: 20