Voortgang Week 1
Objecten Maken
Maak je eigen objecten aan en werk met attributen en methodes.
Lesdoelen Les B
Lesdoelen
- De student kan objecten aanmaken.
- De student kan de Constructor in een class aanpassen.
- De student kan een methode toevoegen aan een OOP class.
Complete Hond Class
Python
class Hond:
def __init__(self, naam, hoogte, gewicht):
self.naam = naam
self.hoogte = hoogte
self.gewicht = gewicht
self.energie_level = 100
def ren(self):
if self.energie_level >= 20:
self.energie_level -= 20
return f"{self.naam} rent vrolijk! Energie level: {self.energie_level}"
else:
return f"{self.naam} is te moe om te rennen."
# Objecten aanmaken
hond_bella = Hond("Bella", 70, 28)
hond_kees = Hond("Kees", 40, 25)
Key Points
- Je maakt objecten aan met:
variabele = Klasse(argumenten) - Attributen opvragen:
object.attribuut - Methodes aanroepen:
object.methode() - Elk object heeft eigen waarden voor attributen
- energie_level start op 100 bij nieuwe objecten
Test je kennis
1. Hoe vraag je de naam op van hond_bella?
Van klasse-definitie naar objecten aanmaken
Correct! Je gebruikt punt-notatie: object.attribuut
Het juiste antwoord is B: hond_bella.naam
2. Wat is het energie_level van een nieuwe hond?
Correct! In de constructor staat: self.energie_level = 100
Het juiste antwoord is C: 100 (zie constructor)
3. Hoeveel energie verliest een hond per keer rennen?
Correct! self.energie_level -= 20
Het juiste antwoord is A: 20