Voortgang Week 1
Samenvatting Week 1
Een beknopt overzicht van alle onderwerpen die deze week zijn behandeld.
Praktische Zaken
-
Lesafspraken
- De les begint op tijd - deur dicht = les begonnen
- Telefoons in je tas, tenzij anders afgesproken
- Je komt voorbereid naar de les
- Vragen stellen is goed - liever te veel dan te weinig
- We luisteren naar elkaar en respecteren elkaars mening
-
AI Gebruik
- Chatbots gebruiken mag
- Gebruik voor: feedback op code of concepten uitleggen
- Niet voor: opdrachten laten maken
-
Studiebelasting
- Totaal: 140 uur
- Zelfstudie: 75 uur
- 3 uur les → minstens 3 uur zelfstudie
- Toetsen via Remindo
ADSAI Diploma Structuur
-
Van Lesdoel naar Diploma
- Lesdoelen: Kleine, concrete leerstappen per les
- Leeruitkomsten: Wat je moet laten zien aan het einde van het vak (Kennis, Vaardigheden, Houding)
- Eindkwalificaties: Kennis, vaardigheden en houding voor je diploma
Object Georiënteerd Programmeren (OOP)
-
Waarom OOP?
- Herbruikbaar - vermindert repetitieve code
- Structuur - code wordt georganiseerd en overzichtelijk
- Representeert entiteiten (dingen) in de echte wereld
-
OOP Begrippen
- Klasse (Class): De blauwdruk/bouwtekening voor objecten
- Object: Een specifieke instantie van een klasse
- Attributen: De eigenschappen/kenmerken van een object
- Methoden: De acties/het gedrag van een object
- Constructor (__init__): Methode die automatisch wordt aangeroepen bij het maken van een object
-
Python Syntax
class Naam:- definieert een klassedef __init__(self, ...):- de constructorself.attribuut = waarde- stel een attribuut indef methode(self):- definieer een methodeobject = Klasse(args)- maak een object aanobject.attribuut- vraag een attribuut opobject.methode()- roep een methode aan
Voorbeeld: Hond Class
Python
class Hond:
def __init__(self, naam, hoogte, gewicht):
self.naam = naam
self.hoogte = hoogte
self.gewicht = gewicht
self.energie_level = 100
def ren(self):
if self.energie_level >= 20:
self.energie_level -= 20
return f"{self.naam} rent vrolijk!"
else:
return f"{self.naam} is te moe om te rennen."
# Objecten aanmaken
hond_bella = Hond("Bella", 70, 28)
hond_kees = Hond("Kees", 40, 25)
Lesdoelen Week 1
Les A
- De student kan verschillen tussen procedureel programmeren en OOP uitleggen
- De student kan de onderdelen van OOP benoemen
- De student kan in de basis uitleggen wat deze onderdelen zijn
Les B
- De student kan objecten aanmaken
- De student kan de Constructor in een class aanpassen
- De student kan een methode toevoegen aan een OOP class